Wie bepaalt wat extremisme is?

Drie Nederlandse politieagenten staan tegenover demonstranten in Amsterdam, waaronder een jongeman met bril en een protestbord met de tekst “GEEN ASIEL ERBIJ”, tegen een achtergrond van grijze lucht en stedelijke hoogbouw.

In de VS trok president Trump deze week fel van leer tegen klimaatbeleid en migratie tijdens zijn VN-toespraak. In zijn woorden: “Open grenzen zijn een aanval op onze beschaving.” In Europa klinkt een echo. In België, Nederland en het VK worden protesten tegen Israël, migratie of klimaatbeleid steeds vaker geframed als “extreem”. Maar wie bepaalt dat?

In Amsterdam bereiden activisten zich voor op een nieuwe Rode Lijn-demonstratie. In Londen werden vorige week bijna 900 mensen gearresteerd bij een protest voor Palestina. In Georgië kregen twintig demonstranten celstraffen. En in Belarus verdwijnt een oppositieleider spoorloos na zijn vrijlating. De boodschap is duidelijk: protesteren mag, tot het niet meer mag. En extremisme is niet langer een feitelijke beschrijving, maar een politiek instrument.

Wat opvalt: de definitie van extremisme schuift mee met de macht. Wie de status quo uitdaagt, wordt verdacht. Wie de straat op gaat, wordt gecategoriseerd. En wie nuanceert, wordt genegeerd. In Nederland zien we het ook: demonstraties worden vooraf ingeperkt, achteraf geframed, en zelden serieus genomen. De inhoud verdwijnt achter het etiket.

In Wereldzaken kijken we naar wat er buiten onze grenzen gebeurt — maar ook naar hoe die grenzen worden bewaakt. Niet alleen fysiek, maar ook ideologisch. Want als extremisme een kwestie van framing wordt, is niemand nog veilig voor het label.

Jouw reactie

Als antwoord op Some User
VERKIEZINGEN BLOG 2025