‘Misschien’ voortaan verplicht, tenzij het misschien niet hoeft

‘Misschien’ voortaan verplicht, tenzij het misschien niet hoeft

DEN HAAG – In de schaduw van grote verdragen en strategische nota’s heeft een klein woord een grote rol gekregen: “misschien.” De Subcommissie voor Woordkeuze heeft het officieel erkend als essentieel instrument binnen het Europese beleidsjargon. Niet door wat het zegt, maar door wat het níét zegt.

Volgens een recent memo van 84 pagina’s – waarvan het merendeel bestaat uit variaties op “misschien niet, maar misschien ook wel” – biedt het woord “misschien” een unieke combinatie van beleidsruimte, emotionele veiligheid en juridische flexibiliteit. “Het is een woord dat zegt: we weten het ook niet, maar we hebben het wel opgeschreven,” aldus een woordvoerder van de commissie, die alleen geciteerd wil worden als daar expliciet om gevraagd wordt in een voetnoot.

De keuze voor “misschien” is niet zonder controverse. Sommige ambtenaren vrezen dat het hun intenties te zichtbaar maakt. “Ik heb jarenlang beleid geschreven zonder dat iemand begreep wat ik bedoelde,” zegt een beleidsmedewerker. “Nu moet ik ineens twijfelen in het openbaar.”

Toch is er brede steun voor de beslissing. Alternatieven zoals “mogelijk” of “eventueel” werden verworpen omdat ze te veel richting geven. “Die woorden impliceren actie,” stelt de commissie. “‘Misschien’ laat alles open. Het is een beleidsmatige ademhaling.”

De Minister van Taalzaken reageerde kort maar veelzeggend: “We nemen dit misschien serieus.” En daarmee lijkt het woord zijn definitieve plek te hebben veroverd in het Europese vocabulaire: als de officiële uitdrukking van institutionele twijfel.

Jouw reactie

Als antwoord op Some User
VERKIEZINGEN BLOG 2025